Borstvoeding bij Syndroom van Down

 

Onze dochters Anne (2005) en Tessa (2006) heb ik beiden lange tijd borstvoeding kunnen geven. Toen mijn zoontje Daan werd geboren stond ik voor een nieuwe uitdaging. Daan had het syndroom van Down en had een moeilijke start. Pas na vier dagen kon ik hem aanleggen.

                                                                                             

Vuistregels bij borstvoeding

Bij onze eerste dochter hebben mijn man en ik een borstvoedingscursus bij Borstvoeding Natuurlijk gevolgd. Dat was zeer educatief, we hebben er veel aan gehad. In die cursus hebben we onder andere geleerd wat de vuistregels zijn voor een succesvolle borstvoeding: binnen een uur na de bevalling aanleggen, in de eerste weken geen flesje of fopsteen gebruiken en het vermijden van onaangename mondervaringen om te voorkomen dat er bij de baby weerstand tegen drinken ontstaat. Bij onze meiden hebben we ons hier ook altijd braaf aan gehouden.

De bevalling

Bij onze zoon Daan ging voor wat betreft de vuistregels alles mis Daan is op 15 juli 2011, met 36 weken geboren. Hij heeft het syndroom van Down en had tijdens de zwangerschap vocht in zijn borstkast (hydrothorax). Hiervoor is hij in de 27e week van de zwangerschap in het academisch ziekenhuis in Leiden geopereerd. De chirurg heeft twee shunts door mijn buikwand heen in zijn rug geplaatst. Zo kon het vocht in Daan zijn rug afgevoerd worden naar mijn  baarmoeder. Hierdoor konden de longen verder ontwikkelen en stond het hart minder onder druk. De operatie was deels geslaagd; rechts functioneerde de shunt goed, links niet. Tijdens de weeen is de behandeling voor de linkerkant herhaald, zodat hij vrijwel zonder vocht achter de longen geboren kon worden. De opluchting was groot toen hij na de bevalling meteen huilde. Ik heb hem zelfs nog even op mijn buik gehad voordat hij blauw werd en door de kinderarts werd afgevoerd. Na de eerste hulp bij het ademen werd hij in een couveuse langs mijn kraambed gereden, zodat ik hem nog even kon zien, waarna hij aan de bewaking op de Instensive Care ging.

De borstvoeding

Van aanleggen in het eerste uur (vuistregel 1) was geen sprake; ons kindje had een kapje op om hem in zijn ademhaling te ondersteunen. Verder lag hij aan allerlei snoeren en slangen. Visueel werd ons meteen duidelijk dat borstvoeding voor Daan geen eerste levensbehoefte was; ademen wel. Uit ervaring weet ik dat de borstvoeding bij mij niet vanzelf op gang komt en het ook geen overdaad is. Daarom heb ik meteen om een kolf gevraagd en ben aan de gang gegaan. Een paar druppels was het resultaat. De zuster kon het met een pipetje opnemen om bij de Intensive Care te brengen. Ondanks de teleurstellende productie, was het toch een fijn gevoel dat er door de verpleging zo zorgvuldig met deze paar druppels werd omgesprongen. Op dit moment tenslotte het enige dat ik voor hem kon doen.

Toen we bij Daan op de Intensive Care gingen kijken, viel ons meteen op dat hij een speen had. Zelf zijn we niet zo van de spenen. De tanden gaan scheef staan, het is moeilijk om af te leren en het kan leiden tot zuigverwarring. De uitleg van de verpleging was dat een speen de enige vorm van troost is die ze couveusekindjes kunnen bieden. Daan kon nog niet uit de couveuse, dus vastpakken en aanleggen als vorm van troost was nog niet mogelijk. Wij mochten alleen zachtjes onze handen op zijn buikje of hoofdje leggen. Wij lieten dit weer gelaten over ons heen komen. Dan maar een speen! Weer een vuistregel (‘eerste periode geen speen’) minder waar we aan konden voldoen. Toen Daan op de derde dag eindelijk voeding tot zich mocht nemen, kreeg hij dat via een sonde. Eindelijk moedermelk, maar wel via zo’n slangetje door zijn mond, zo de maag in. Dat kan niet fijn zijn! Daar ging vuistregel nummer 3, ‘vermijden van onaangename mondervaringen’. Diezelfde avond al kreeg Daan zijn eerste flesje; ruim voor hij ook maar één week oud was. Daan had nog nooit uit de borst gedronken, maar het werd tijd dat hij ging leren drinken. De verpleging wilde weten hoeveel hij per voeding binnen kreeg; reden waarom hij uit een flesje moest drinken. Alles wat hij niet uit de fles dronk, werd via de sonde aangevuld. Wij begrepen dat het niet anders kon, maar het was wel afscheid nemen van vuistregel nummer 4, ‘eerste week geen fles’. Ik had gelezen dat het voor kindjes met het syndroom van Down lastiger is om uit de borst te drinken. Hierdoor hadden wij intussen weinig vertrouwen meer in het slagen van de borstvoeding. Ik kolfde echter dapper door.

Op de 4e dag mocht ik Daan voor het eerst proberen aan te leggen: best moeilijk met zo’n slap nekje (de spierspanning is lager bij kinderen met Down). Om het mezelf makkelijker te maken had ik mijn bovenkleding al uitgedaan; ik hoefde dan in ieder geval geen gevecht te hebben met mijn bh en t-shirt. De verpleegkundige en mijn man hielpen me om Daan te ondersteunen en bij te sturen. Bij het aanhappen ging zijn hoofdje nog ongecontroleerd alle kanten op en als hij de tepel had gevonden, was zijn mondje al weer dicht. Kortom: het was geen succes. Dezelfde dag spraken wij de lactatiedeskundige van het ziekenhuis. Zij gaf het advies om gewoon te blijven proberen. Het zou mooi zijn als hij het rond week 40 (de eigenlijke uitgerekende datum) door zou hebben. Het klonk reëel en we hadden er vrede mee. Wat schetste echter onze verbazing: hij pakte de volgende dag al de borst? Na drie weken ziekenhuis mocht Daan mee naar huis en dronk hij volledig en krachtig uit de borst. Ik genoot en was trots op mijn mannetje dat hij dat al allemaal kon!

Groei en ontwikkeling

Na de periode in het ziekenhuis ging ik elke week met Daan naar het consultatiebureau om hem te laten wegen en de groei in de gaten te houden. Ons mannetje zat qua gewicht ruim onder het gemiddelde (op de Down-curve), maar groeide wel netjes met de curve mee. Na drie maanden stagneerde zijn groei enigszins. Ik had net een borstontsteking gehad en door veel en op allerlei manieren aanleggen en nakolven ging de ontsteking gelukkig met anderhalve dag weg. De melkproductie en de groei van Daan bleven daardoor echter wel wat achter. De kinderarts moedigde mij aan om vooral de borstvoering val te blijven houden. Kindjes met Down zijn extra vatbaar voor allerlei virussen en bacteriën, een beetje extra vet en weerstand maakt het makkelijker om een eventuele ziekte te overwinnen. Bijvoeden was in haar optiek nog niet nodig. Dus dat deden we dan ook nog niet. Om de productie te bevorderen legde ik om de twee uur aan en kolfde ’s ochtends  tussen twee voedingen een extra maaltijd af. Deze maaltijd lengden we, op advies van de kinderarts, aan met Johannesbroodpitmeel, zodat Daan hopelijk ook wat minder zou spugen. Dit leverde een dusdanig dikke substantie op dat Daan dit niet met de fles kon drinken. Met vier maanden waren wij dat al met een lepeltje in de weer. Met ons lekenoog vonden wij de Daan het prima deed. De pap ging erin! De prelogopedist had op de Downpoli al gezegd dat het lepeltje zo plat mogelijk moest zijn. Dus die hadden we gekocht. In de brochure van La Leche League  over borstvoeding en Down hadden we gelezen dat de lepel er recht in moest en recht er weer uit. Ook dat deden we. Daan raakte echter vrij snel verstopt van de Johannesbroodpitmeel en bleef nog steeds spugen. We zijn daar dan ook snel mee gestopt. Aan het einde van de 4e maand kwam hij weer voldoende aan.

Bijvoeding en prelogopedie

Gezien het moeizame proces om Daan op zijn groeicurve te houden, zag ik inmiddels met smacht uit naar de prelogopedie. Met zes maanden zou de prelogopedie bij ons komen oefenen om Daan vaste voeding aan te bieden. Zijn groei zou dan niet meer alleen van mijn borstvoeding afhankelijk zijn. Een grote opluchting!

Toen zij bij ons langs kwam, zagen we pas wat er allemaal nog meer aan te pas kwam. Daan trok bij elk hapje zijn hoofd naar achteren en overstrekte zich.  Met een hand op de borst konden we hem stabiliseren. Ook moesten we de lepel er veel sneller uit trekken om hem niet de mogelijkheid te bieden tot lekker sabbelen in plaats van afhappen. Twee maanden later bleek dat onze voedtechniek nog wat bij geschaafd kon worden. We kregen het advies het lepeltje zo laag mogelijk aan te bieden in plaats van het voedsel passief aan zijn bovenlip af te strijken. Daan werd op die manier gestimuleerd zijn bovenlip zelf over de lepel te sluiten. Wij gaven aan dat Daan na elke voeding erg met zijn tong in de weer was. Hij duwde veel met zijn tong tegen de onderlip en zijn tong stak dan ook regelmatig uit zijn mond. Ik was er persoonlijk niet zo van gecharmeerd, vooral omdat hij dit in het verleden nog niet of nauwelijks had gedaan. Ik vond het jammer dat hij deze gewoonte nu dan toch aan het ontwikkelen was. De prelogopedist had hiervoor evenwel een oefening. Met de tandenborstel kietelen we nu voor het eten van een cracker de zijkanten van zijn tong en zijn gehemelte. De cracker plaatsen we in kleine stukje tussen zijn kiezen. Daan moet nu met zijn tong de stukjes cracker uit zijn wangzakken halen. Wij zien direct hoe zijn tong van rechts naar links beweegt en na de voeding zijn tong niet meer zo snel de weg naar buiten vindt. Een grote verbetering.

Ondersteuning met gebaren

Onze ontwikkelingsbegeleidster heeft ons geholpen met het inpassen van gebaren in de dagelijkse omgang met Daan. Hij reageert goed op het aankondigen van wat er gaat gebeuren. Zo had hij als klein baby’tje al door dat het klikken van mijn bh-bandje inhield dat hij melk zou krijgen. Het huilen nam dan direct af. Met gebaren maken we Daan nu duidelijk dat er eten of drinken aankomt en wanneer het flesje leeg is. Daan is nu negen maanden oud en sinds twee weken zijn we bezig om hem zelf (natuurlijk met onze hulp) de gebaren te laten maken. We hebben ook twee liedjes die we met gebaren ondersteunen, terwijl wij zijn handjes vasthouden. Daan beleeft er veel plezier aan.

Afsluiting

Daan krijgt nu nog drie borstvoedingen op een dag: ochtend, avond en een drie-uurtje. Daarnaast krijgt hij over de dag verdeeld een cracker, een fles pap, een fruithapje en een warme maaltijd. Tot nog toe blijft de borstvoeding voldoende op gang om naar tevredenheid van ons mannetje te voeden. Ik hoop dat nog lang vol te kunnen houden, zeker met het oog op zijn vatbaarheid voor allerlei infecties. Maar ook omdat ik het zo gezellig vind.

Met elf maanden komt de prelogopedist weer. Ik ben benieuwd wat we dan weer kunnen leren!

Gepubliceerd in: Nieuwsbrief Borstvoeding Brabant jaargang 5, nr.1, mei 2012

Naschrift: Bortvoeding Natuurlijk is inmiddels opgeheven. Verwezen wordt naar La Leche League.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Daan verhuist van Zeist naar Tilburg

En het regent zonnestralen (Acda en de Munnik)

Daan heeft epilepsie