Laat me lachen
Herken je dat ook dat je een taal pas goed beheerd als je denkt en droomt in die taal? Zelf merk ik het vooral in het herkennen van spreekwoorden en gezegden en als kers op de taart wanneer ik grapjes kan maken in een andere taal. Voor mij geldt dit overigens alleen voor het Engels; met Duits en Frans ben ik nooit zover gekomen.
Hans en ik zien humor dan ook als een belangrijke graadmeter van het taalbegrip van Daan. En humor hoeft niet talig geuit te worden. Denk aan de slapstick films uit de tijd van Charlie Chaplin, en meer uit onze tijd aan Mr Bean.
Dat is ook helemaal niet verwonderlijk als je je realiseert dat communicatie slechts voor 7% woorden uit woorden bestaat en 38% uit de intonatie (toon) van onze woorden. Het overgrote deel (55%) van onze communicatie bestaat uit onze lichaamstaal (houding en gezichtsuitdrukkingen). En juist daar maakt Daan gebruik van, aangevuld met de toon van de geluiden die hij inzet.
De allereerste keer
dat we Daan ondeugend zagen was toen hij net zonder loophulpmiddel kon lopen en we bij mijn broer in huis waren. Mijn broer is een echte natuurliefhebber met
een grote hobby voor het kweken van stekkies. Zijn hele vensterbank staat ermee
vol. Daan had meteen interesse voor de stekjes, dus maakten we hem duidelijk
dat hij daar vanaf moest blijven. Enige tijd bleef hij braaf bij ons op de bank
zitten, maar stond na een tijdje op en liep in de richting van de vensterbank.
Onderwijl keek hij over zijn schouder of we hem wel doorhadden en maakte
ondeugende giebelgeluidjes. Geen woord gesproken, maar de ondeugd droop er vanaf.
Een andere keer
met kerstmis waren we bij oma. Ooms, tantes, neven en nichten waren er al. Zijn
neef zat alleen op de bank en wij waren aan tafel een spelletje aan het spelen.
Daan liep op zijn neef af en bleef voor hem drentelen. Wij vertaalden zijn
gedrag als: “hij wil dat je met hem gaat lopen”. Zijn neef gaf hem een hand en
stond op, Daan draaide achter hem langs en ging met een voldaan gezicht precies
op zijn plek zitten. Wij lagen in een deuk!
Inmiddels heeft
Daan ook de beschikking over een spraakcomputer en kan hij ook talige grapjes
maken. Afgelopen vrijdag hoorde ik dat Daan (zelf) met een lepel heeft gegeten,
maar dat hij er niet zo’n zin in had om het zelf te moeten doen. Hij had de lepel
dan ook weggegooid en op zijn spraakcomputer aangegeven dat de lepel was
gevallen, door het woord “vallen” te gebruiken. De leidster keek hem vragend
aan en zei iets in de trant van: “nou?, gevallen?...” Vervolgens corrigeerde
Daan zich door het woord “gooien” te gebruiken. Doet ons toch denken aan toen
onze Tessa 5 jaar was en tijdens het omkleden bij de zwemles om onduidelijke
reden haar vader met beide vuistjes aan het bewerken was en Hans vroeg: “Ben je
me nu aan het slaan?...” en Tessa na enig nadenken antwoorden met: “Nee, papa,
dat zijn knuffelklapjes.”
Reacties
Een reactie posten